De Associatie voor Gestalt biedt supervisie, op een gestaltmethodische wijze, aan.
Supervisie is een vorm van begeleiding die zich richt op het leren reflecteren op het eigen handelen in de
werksituatie. Dit aan de hand van een inbreng vanuit de eigen werkpraktijk. Ervaringen uit de eigen praktijksituaties
die licht kunnen werpen op het eigen handelen staan centraal.
Door het eventueel opnieuw ervaren hiervan, daar over te praten en na te denken kan dit tot nieuwe inzichten
leiden. Supervisie werkt aan de hand van leervragen en praktijkinbreng. Supervisie is leren afstand te nemen
van het eigen handelen om van daaruit te leren van het eigen handelen. Het is ook het bewustworden van je
blinde vlekken waar we allemaal mee te maken hebben. Zelfreflectie houdt de gave en de bereidheid in jezelf
op de juiste momenten een spiegel voor te houden. Een spiegel, die je helpt te zien wat er nu werkelijk gebeurt
is en wat jou eigen aandeel daarin was. En daarmee de mogelijkheid om in de toekomst anders te handelen.
Supervisor en supervisant
De supervisor is de begeleider, de supervisant diegene die begeleid wordt. De supervisant geeft richting aan de supervisie
door zijn of haar doelen, verbonden met de specifieke eigen situatie en persoonlijke eigenschappen.
De supervisor geeft geen antwoorden maar stelt vragen. Vragen die erop gericht zijn de motieven achter het handelen
te achterhalen en de bewustwording van de effecten van het eigen handelen voor anderen en voor zichzelf. Hij schept
de voorwaarden waarbinnen het nadenken en het hiervan leren door de supervisant plaats kunnen vinden.
Supervisiebijeenkomst
Een supervisiebijeenkomst, het gesprek tussen supervisor en één supervisant, duurt doorgaans anderhalfuur. Normaliter
15 keer, éénmaal per twee weken. Maar soms zijn minder gesprekken of een hogere frequentie ook mogelijk. Tussen
de bijeenkomsten is er dus voldoende tijd om de inzichten die opgedaan zijn in de supervisiebijeenkomst verder te
overdenken en te toetsen aan de praktijk.
De volgende keer kunnen dan nieuwe vragen, inzichten of nieuwe praktijkervaringen worden ingebracht. Op deze wijze
is er een intensieve wisselwerking tussen het nadenken over de praktijk en de praktijk zelf.